Mukarno’s werken klinken ‘wie aus einem Guss’

In gesprek met Mukarno

Het is september 2012 als het kwartet van Philemon Mukarno al op zijn werken lijst staat: Eluney (2013) gecomponeerd voor het Doelen  Kwartet, in opdracht van het Fonds Podiumkunsten. Zijn ideeën zijn dan nog volop in ontwikkeling, ondertussen laaft Mukarno zich aan de nieuwe muziek van zijn collega’s uit het internationale veld op de Gaudeamus Muziekweek (Utrecht), op dat moment in volle gang.

Eluney
De titel van Mukarno’s strijkkwartet is geïnspireerd door de Tucumán-Indianen, een volk waarmee hij kennismaakte tijdens een reis door Argentinië. Eluney betekent in het Tucumán ‘Geschenk van God’. Het staat voor de levensfilosofie van deze indianen uit noordwest-Argentinië. Mukarno: ‘Hoe ze met de natuur omgaan. Grond is voor de Tucumán iets wat je niet kunt ‘hebben’. De zuurstof in de lucht evenmin. Het begrip materieel bezit is ze vreemd. Hier in Nederland kun je zelfs een stukje maan kopen, terwijl je er nooit kunt komen! Of neem de Amerikanen, die planten er direct hun vlag, in plaats van dat ze gewoon van de maan genieten. Maar de aarde en de kosmos, je kunt ze je niet toe- eigenen. Je wordt geboren, gaat dood en dan verlaat je de aarde weer.’ 

Mukarno’s werken klinken ‘wie aus einem Guss

Het is aan zijn eerdere stukken te horen . Principieel vermijdt hij herhalingen in zijn muziek. Zijn strijkkwartet is begin september deels al uitgekristalliseerd. Mukarno: ‘lk maak daarin veel gebruik van boventonen. De tonen die vanzelf opklinken boven een grondtoon volgens de harmonische boventoon reeks, kwinten en tertsen. Dat kan erg goed met een strijkkwartet. Ik vind dat heel erg mooi.” Op de snaar laat Mukarno pinken van strijkers handen glissandi maken boven door andere vingers ingedrukte snaren. ‘Daar speel ik graag mee, dan gaan die boventonen een beetje zweven. Het is erg moeilijk te spelen, maar deze strijkers kunnen dat als de besten!’ 

Een taak van de luisteraars
Schrijven over nog niet bestaande strijkkwartetten, het lijkt pure speculatie, maar de unieke kans steelse blikken te werpen in de keuken van de componist laten we ons natuurlijk niet ontgaan. Hoe begint zo’n proces? Waar ligt de oorsprong, ontsproten aan een creatief brein en via papier en verbale uitleg tijdens repetities zijn weg vindend naar de strijkers? In hun interpretatie dringt de muziek, het idee, ten slotte door tot ons binnenoor. En dan? Maken we er vervolgens niet allemaal weer een eigen stuk van in ons hoofd? ‘Sterker nog, dat is zelfs een taak van de luisteraars’, beaamt Philemon Mukarno als ik hem die laatste vraag voorleg. ‘Je vermaken of niet, het staat de luisteraars vrij. Als ik componeer weiger ik aan de luisteraar of het publiek te denken. Ik sluit me daarvoor af. Anders kan het niet, ben je geen kunstenaar, ben je niet autonoom’, zegt hij stellig. ‘En dat is eigenlijk ook wel zo heer- lijk en bevrijdend.” Waarom zou je het ook proberen, draait Mukarno de kwestie meteen even om. ‘Je kunt de luisteraar toch niets af- dwingen! Dus als je daar los in bent, dan ben je vrij en hoef je daar ook niet aan te denken. Zelfs voor wat ik me zélf voorstel bij mijn stukken geldt: dat is míjn interpretatie.”